‘Boetes voor overleven op straat?‘ verkennend onderzoek naar het stoppen met beboeten van dakloze mensen voor overlevingsactiviteiten. Onderzoek in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens. Oktober 2026.

Een boete voor buitenslapen, bedelen of buiten je behoefte doen lost niets op en richt schade aan. Dat zien professionals die op straat en in de opvang met dakloze mensen werken. Gemeenten die stoppen met beboeten lopen wel tegen grenzen aan: er zijn te weinig woningen, opvangplekken, gespecialiseerde zorg en hulpverleners op straat. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Boetes voor overleven op straat?’, dat Klooster Onderzoek en Advies in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens heeft uitgevoerd.
Niemand kiest voor een leven op straat. De meeste mensen die noodgedwongen buiten overleven, proberen uit het zicht te blijven en niemand tot last te zijn. Wie dan een boete krijgt voor slapen, wordt gestraft voor iets wat anderen gewoon binnenshuis doen. Dat raakt aan het recht op een waardig leven. Dat was de aanleiding voor het College om een onderzoek te vragen.
Aanpak van het onderzoek
Voor het College voor de Rechten van de Mens keken de onderzoekers (Eva Klooster, Ewoud Butter en Hille Hoogland) in tien gemeenten naar het beleid ten aanzien van dakloze mensen en overlevingsactiviteiten. Vervolgens is ingezoomd op de praktijk in Nijmegen, Eindhoven en Amsterdam, vanwege de keuze van deze gemeenten om niet meer te handhaven op dakloze mensen die buitenslapen.
De onderzoekers deden uitgebreid deskresearch en spraken met 62 betrokkenen. Naast leidinggevenden en beleidsmedewerkers werden ook professionals uit de praktijk van hulpverlening, veldwerk, opvang, handhaving en politie geïnterviewd. Ook spraken de onderzoekers met dakloze mensen, mensen met ervaringskennis en belangenbehartigers van dak- en thuisloze mensen. Een adviesraad van deskundigen met ervaringskennis dacht, op verzoek van het college, gedurende het hele onderzoek mee. De kernvraag was steeds: wat valt er te leren van de praktijk in gemeenten die zijn gestopt met beboeten of daarmee bezig zijn.
Wat betrokken professionals en ervaringsdeskundigen zien
Dat dakloze mensen boetes meenemen als schuld, levert frustraties op. Dat komt bovenop het toch al harde bestaan op straat, waardoor bij veel dakloze mensen ernstige psychische-en verslavingsproblemen ontstaan en verergeren. Tegelijkertijd heeft de toename van het aantal mensen met multiproblematiek effect op de leefbaarheid én op de druk op de opvang en de zorg in gemeenten. Hulpverleners merken dat iemand eerder zorg of opvang accepteert als er sprake is van vertrouwen. Boetes en bijvoorbeeld het weghalen van tenten ondermijnen dat vertrouwen. In het veiligheidsdomein zien geïnterviewden nauwelijks dat een boete gedrag verandert: wie geen huis, geld of alternatief heeft, kan er niet zomaar mee ophouden.
In gemeenten waar is besloten om te stoppen met de boetes voor overlevingsactiviteiten, wordt het contact met dakloze mensen belangrijker. Goede ervaringen zijn er met het werken met duo’s. Een veldwerker of GGD-medewerker gaat dan samen met een agent of handhaver de straat op. Dat maakt laagdrempelig contact mogelijk en brengt zorgexpertise naar de plek waar mensen verblijven. Uit de gesprekken komt naar voren wat de overgang naar het stoppen met beboeten makkelijker maakt. Handhavers en agenten hebben een duidelijk handelingskader en training nodig, met een vaste rol voor mensen met ervaringskennis. Het helpt als huisvesting en dakloosheid onder één wethouder en één afdeling vallen. En er moeten genoeg veldwerkers zijn, en voldoende 24-uursopvang, openbare toiletten en gebruikersruimten.
Grote, complexe vraagstukken komen op straat samen
Het aantal dakloze mensen groeit, terwijl wat zij nodig hebben voor een menswaardig bestaan ontbreekt of tekortschiet. Op straat komen meerdere grote maatschappelijke vraagstukken samen: de woningnood, schulden, EU-arbeidsmigratie, en te weinig tijd en middelen in de ggz, de verslavingszorg, het veldwerk, de opvang en bij politie en handhaving. Geen van die ontwikkelingen verklaart de situatie op zichzelf. Samen zorgen ze voor minder capaciteit en maatwerk voor een groeiende groep die meer specialistische hulp nodig heeft. Gemeenten kunnen dit niet alleen. Die waarschuwing klonk in vrijwel alle gesprekken. Het woningtekort ondermijnt elke lokale aanpak, en de dakloosheid onder EU-arbeidsmigranten gaat de mogelijkheden van gemeenten te boven. Daar is meer landelijke steun voor nodig.
Gemeenten zoeken nog naar het antwoord
Het onderwerp ligt gevoelig en staat volop in de politieke belangstelling. Alle onderzochte gemeenten zoeken nog naar een passende aanpak: handelingskaders worden ontwikkeld, pilots gestart en er wordt geëvalueerd. Geen enkele gemeente noemt de eigen werkwijzesluitend. De praktijken die in het verkennende onderzoek beschreven worden, zijn veelbelovend, maar nog niet onafhankelijk geëvalueerd. Intussen groeit het probleem op straat. Dat vraagt volgens de onderzoekers om pal te blijven staan voor de mensenrechten van mensen die daar proberen te overleven. Echte overlast verdient een serieus antwoord. Een boete voor slapen, bedelen of het doen van je behoefte is dat antwoord niet.
Het hele rapport is hier te lezen: link
Tegelijk met het rapport bracht het College een handreiking en een factsheet voor gemeenten uit. link